Soorten
H. altissima: inheems in China; hoogte van het blad tot 120 cm, bloemstelen tot 220 cm;
bloem: trompetvormig, lichtgeel, Ø 7,5 cm; nachtbloeier; geurend; bij lagere temperatuur
minder geurend en blijft de bloem de volgende dag nog half open; bladverliezend.
H. aurantiaca: inheems in Zuid-China; overbuigende hoogte van het blad tot 80 cm,
bloemstelen tot 90 cm; bloem: oranje met roodbruine blos, Ø 12 cm; lange bloeiperiode;
wintergroen (dormant).
H. aurantiaca 'major':verschilt met H.aurantiacum in hoogte; de bloemstelen worden
slechts 60 cm; de bloemen zijn groter, maar minder wijd geopend; egaal oranje.
H. citrina: herkomst Zuid-China; krachtig groeiende en goed droogte verdragende soort met
grove, brede bladeren tot 110 cm. Sterft laat in de zomer al af. Deze soort heeft de langste
rustperiode. De nachtbloemen, tot wel 65 per bloemsteel, zijn 12 cm in doorsnee en 17 cm
lang, smal en stijf. Ze zijn sterk geurend en lichtcitroengeel. In China wordt de plant veel
gekweekt, omdat de gedroogde bloemknoppen in de keuken worden gebruikt.
H. citrina 'Baroni': is een hybride van H. citrina en H. thunbergii, die in
kleine details verschilt van H. citrina.
Hemerocallis dumortieri
H. dumortieri: inheems in Japan, Korea, Mantsjoerije en Oost-Siberië. In 1830 door
Von Siebold in Nederland geïntroduceerd. Het blad wordt 35 cm hoog.
De diepgele bloemen zijn in de knop roodachtig bruin, Ø 7 cm.
H. fulva: herkomst onzeker, al lang in cultuur in China en Japan. Blad sterft af bij lage
temperaturen en bij een buitentemperatuur van 10 - 13 º C. gaan de planten weer groeien.
Bloemkleur varieert tussen roestig oranje-rood tot rood en roze, verschillende
varieteiten zijn bekend, Ø 10 cm.

H. fulva 'Flore Pleno': is een gevulde vorm van H. fulva. 'Flore Pleno' heeft prachtige,
symmetrische, bloem-in-bloem, oranje bloemen van 15 cm doorsnee met een opvallend
rood oog en sterk omgeslagen buitenste bloemdekbladeren.
H. lilioasphodelus (synoniem H. flava): inheems in Mantsjoerije, Noord- en West-China en
delen van Siberië. Middel- tot donkergroen, 90 cm hoog blad. Sterft af, maar groeit
bij 10 - 13 º C. alweer volop. De chromaatgele, sterke geurende bloemen hebben een
doorsnee tot 14 cm en bloeien meestal langer dan 24 uur.
H. lilioasphodelus verdraagt vochtige grond.
H. minor: inheems in Noord-China, Mongolië, Siberië en Korea. Slappe,
grasachtige, tot 60 cm lange bladeren vormen een compacte pol en sterven
vroeg in de herfst af. Deze zwak geurende nachtbloeier heeft trechtervormige
gele bloemen, Ø 7 cm. De bloemen blijven 2 à 3 dagen mooi.
H. thunbergii: inheems in Noord-China, Japan en Korea. De midden- tot donkergroene
bladeren worden tot 60 cm hoog, de bloemstelen tot 115 cm. De gele, trechtervormige,
zoet geurende bloemen hebben een gele keel. Omdat de bloem lang bloeit en lekker ruikt en
de plant erg gezond is en veel zaad produceert, wordt deze soort veel in kruisingen toegepast.
Andere soorten zijn onder andere: H. coreana, H. darriwiano, H. esculenta, H. exaltata, H. forrestii, H. graminea, H. multiflora, H. nana, H. plicata en H. yezoensis.